Aanstaande dinsdag, 27 januari, vindt De Grote Taaldag 2026 plaats aan de Universiteit Utrecht. Daar presenteren mijn oud-student-assistent Inge Hofmeijer en ik resultaten van een deels uit de Startersbeurs gefinancierd onderzoek naar de relatie tussen gemaakte spelfouten in het voortgezet onderwijs en onderwijsmethoden die leerlingen moeten behoeden voor dergelijke fouten. Hieronder vind je het abstract.
‘In de populaire pers worden de slechte spelling en grammatica gehekeld van leerlingen [...] en zelfs van de leerkrachten in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs’ (Coppen, 2009, p. 236). Dat geldt niet in de laatste plaats voor werkwoordspelling. Hoewel de regels betrekkelijk simpel zijn, blijft werkwoordspelling voor velen een worsteling (Sandra, Frisson & Daems, 1999). Er is nog geen didactiek ontwikkeld waarmee werkwoordspelling nagenoeg foutloos onderwezen kan worden (Chamalaun, 2025). Een belemmering is dat, naast factoren als homofoondominantie (Sandra, Frisson & Daems, 1999) en grammaticale kennis (Dols-Koot, Ilona & Van Rijt, 2019), weinig bekend is over de typen fouten van leerlingen.
Om deze leemte te vullen, brachten we in miljoenen antwoorden van vmbo-, havo- en vwo-leerlingen de categorieën in kaart die veel fouten opleveren, zoals de gebiedende wijs (Reuneker & Hogewoning, 2025) en leenwerkwoorden (Reuneker, 2024). Daarnaast inventariseerden we de aandacht die lesmethoden besteden aan die categorieën. We beantwoorden de vraag in hoeverre lesmethoden aandacht besteden aan categorieën die daadwerkelijk problemen opleveren en we doen aanbevelingen voor het onderwijs.
Zie het abstract inclusief referenties op https://www.reuneker.nl/files/papers/reuneker_hofmeijer_2026_taaldag.pdf.
Wellicht tot vrijdag bij De Grote Taaldag!